Ringen op het paaltje, baanboekje en Slope Rating: zo lees je een baan in polder en duin
Een baankaart maakt je swing niet beter, maar voorkomt dat je een goede slag richt op de plek waar hij een slag kost. Vraag altijd waar een getal naartoe meet, zoek je echte carry op de hole en plan terug vanaf de green. En weet dat afstandspaaltjes in Nederland niet overal hetzelfde betekenen.
Kort
- In Nederland meten afstanden meestal tot het midden van de green, in veel andere landen tot de voorkant. Controleer het op de scorekaart.
- Het systeem verschilt per club: bij Duurswold betekenen witte ringen 100, 150 en 200 meter, bij Anderstein staan wit, geel en blauw in de grond voor 200, 150 en 100 meter.
- Plan een par 4 terug vanaf je favoriete approach: een fairwayhout 3 van 205 meter laat 150 meter over en blijft voor bunker en sloot.
- Een gedrukt baanboekje kost bij Golfclub Bleijenbeek minimaal € 3,75 voor niet-leden. Op een duinbaan als de Noordwijkse laat het zien wat je achter een duinrug niet ziet.
De meeste golfers kijken naar een baankaart zoals naar een metrokaart in een vreemde stad: lang genoeg om de volgende halte te vinden, niet lang genoeg om het netwerk te snappen. De tekening op de scorekaart, het holebord op de tee, het baanboekje en de kaart in je app laten meer zien dan de vorm van een hole. Wie ze goed leest, ziet waar de hole wil dat je hem mist.
Een kaart maakt je swing niet beter. Hij voorkomt dat je een goede swing richt op de ene plek waar hij een slag kost, en voor een golfer die rond de 90 slaat is dat meer waard dan alles wat je deze maand op de range verandert.
Wat een baankaart je eigenlijk vertelt
Je komt vier soorten kaarten tegen, en ze zeggen niet hetzelfde. De tekening op de scorekaart is een schets: de vorm van de hole, de belangrijkste obstakels, een paar getallen, zelden op schaal. Het holebord op de tee is vaak dezelfde schets in het groot. Een baanboekje, ook wel strokesaver genoemd, is ingemeten en op schaal getekend, met de afstand tot het begin en het eind van bunkers en water. Een app met GPS legt de hole over een luchtfoto en meet vanaf waar je staat.
Stel voordat je een getal gelooft twee vragen. Gemeten vanaf waar? De teemarkers kunnen die ochtend tien meter naar voren of achteren zijn gezet. En gemeten tot waar? In Nederland is dat meestal het midden van de green, in veel andere landen de voorkant. De kleine lettertjes op de scorekaart vertellen het, en het is de duurste regel om over te slaan.
Zoek daarna de schaal. Een fairway die op de schets royaal oogt, kan waar je drive landt 25 meter breed zijn. Meet in een baanboekje één bekende afstand met je duim, en je hebt een liniaal voor de hele hole.
Vijf dingen die je op elke hole zoekt
- Je landingszone. Neem je echte carry, niet je beste drive van het jaar, en zoek die afstand op de hole. Ligt daar fairway, een bunker, de rand van een sloot?
- De breedte op die afstand. De fairway kan op 180 meter 40 meter breed zijn en op 230 meter nog maar 23. Vaak het beste argument voor een kortere club.
- De lijnen die slagen kosten. Witte paaltjes markeren out of bounds: slag en afstand. Rode en gele markeren een penaltygebied, waar je met één strafslag dropt. Links strak OB en rechts een sloot? Dan weet je welke kant je opzoekt.
- De diepte en vorm van de green. Een green van 32 meter diep is, afhankelijk van de vlag, een green van twee of drie clubs.
- De korte kant. Mis je aan de kant zonder bunker, dan is bogey het ergste. Mis je aan de andere kant, dan komt de dubbel.
De getallen lezen: bereiken, overkomen, voorkant, achterkant
Een goed baanboekje geeft obstakels twee getallen. Het getal om een bunker te bereiken is de afstand tot de voorrand, het getal om erover te komen die tot de achterrand. Bij een fairwaybunker liggen die zomaar 20 meter uit elkaar. Carry je drive 200 meter en ligt de bunker op 190 om te bereiken en 210 om over te komen, dan sla je er recht in.
Greens werken hetzelfde. Een hole van 140 meter tot het midden kan 127 meter tot de voorkant zijn en 153 tot de achterkant. Staat de vlag voor, dan is het middengetal een club te lang; staat hij achter, een club te kort. Sommige banen zetten de pinposities van de dag in hun app; vraag bij de receptie waar je ze vindt.
Hoogteverschil laat een kaart slecht zien. Speelt een slag duidelijk bergop, neem dan meer club dan het getal zegt. In de polder speelt dat zelden, in de duinen des te meer.
Plan de hole terug vanaf de green
Bepaal vanaf waar je je approach wilt slaan en werk terug naar de tee.
Neem een par 4 van 355 meter. Links ligt een fairwaybunker, 210 meter om te bereiken en 235 om over te komen, rechts loopt een sloot van 215 tot 255 meter. De green is 27 meter diep, met een bunker links voor. De driver lijkt de logische club, en is ook de club die bunker en sloot allebei in het spel brengt.
Werk nu terug. Je betrouwbaarste volle approach is een ijzer 9 van ongeveer 125 meter. Daarvoor moet je afslag 230 meter ver komen, precies waar bunker en sloot de hole dichtknijpen. Een hybride van 185 meter laat 170 meter over, een lange approach, maar vanaf het breedste deel van de fairway. Een fairwayhout 3 van 205 meter laat 150 meter over voor een ijzer 6, vanaf een plek voor de bunker en voor de sloot. De kaart maakt van een hoopvolle driver een keuze tussen twee verstandige clubs, en stuurt je approach naar de rechterhelft van de green.
Dat kost dertig seconden per hole. De winst zit in de drie of vier holes waar het antwoord niet voor de hand ligt.
Maak de kaart van jezelf
- Schrijf bij elke tee je carry met driver, fairwayhout 3 en hybride.
- Omcirkel de plekken waar een misser een slag kost en teken een pijltje naar de veilige kant.
- Noteer op elke par 4 en par 5 je favoriete approachafstand.
- Zet na elke ronde een stip waar je afslagen echt lagen. Na drie rondes zie je naar welke kant je werkelijk mist.
De regels staan dat toe. Handgeschreven aantekeningen mogen, zolang je geen gedetailleerde kopie van de glooiingen op de green maakt. Sinds 1 januari 2019 beperken de R&A en de USGA afbeeldingen van greens die je tijdens een ronde gebruikt tot een schaal van 1:480, oftewel ongeveer 1 cm voor 4,8 meter, of kleiner. Baanboekjes met alleen de omtrek en globale hellingen van de green mogen. Een afstandsmeter of GPS mag ook, tenzij de commissie de plaatselijke regel heeft ingesteld die ze verbiedt (Model Local Rule G-5), maar de functie die hoogteverschil meet moet uit. Een eerste overtreding kost de algemene straf, een tweede in dezelfde ronde betekent diskwalificatie.
Fouten die golfers maken met een baankaart
- Het middengetal als vlaggetal nemen. Kost een club bij elke vlag voor of achter op de green.
- De verkeerde tee lezen. Speel je van geel en lees je wit, dan plan je met het verkeerde getal.
- Een oude kaart vertrouwen. Bunkers verdwijnen, bomen gaan om, tees verhuizen.
- Plannen voor je beste slag. Gebruik de carry die je zeven van de tien keer haalt.
Waar je in Nederland een kaart vindt die je kunt vertrouwen
Begin bij de markeringen, en ga er niet van uit dat elke baan hetzelfde systeem gebruikt. Volgens GOLF.NL staan de afstanden vaak in kleine cijfers op de deksels van de sproeiers, of staan er paaltjes naast de fairway op 200, 150 en 100 meter. Hoe die eruitzien, verschilt per club. Bij de Groningse Golfclub Duurswold herken je de afstand aan witte ringen op het paaltje: één ring voor 100 meter, twee voor 150, drie voor 200. Golfclub Anderstein werkt met kleuren in de grond: wit voor 200 meter, geel voor 150 en blauw voor 100. De uitleg staat vrijwel altijd op de scorekaart of in de plaatselijke regels. Bij beide clubs gaat het wel om de afstand tot het midden van de green, de Nederlandse gewoonte.
De scorekaart is zelf ook een kaart. Je vindt er per kleur tee de lengte in meters en de par, vaak aangevuld met de strokeindex en de Course Rating en Slope Rating. Volgens de NGF is de Course Rating het aantal slagen waarin een scratchspeler de baan onder normale omstandigheden speelt, met één decimaal, bijvoorbeeld 71,8. De Slope Rating ligt tussen 55 en 155, met 113 als standaard, en zegt hoe zwaar de baan is voor wie geen scratchspeler is. Start je een scorekaart in de GOLF.NL-app van de NGF, dan zie je de luslengte en de baanhandicap die je vanaf een bepaalde kleur tee krijgt. Speel je net met baanpermissie en handicap 54, kijk dan vooral naar de strokeindex: daar lees je op welke holes je slagen krijgt.
Een gedrukt baanboekje koop je op veel banen bij de receptie. Bij Golfclub Bleijenbeek betalen niet-leden er volgens de clubsite minimaal € 3,75 voor en leden € 2,50; een groot deel van de opbrengst gaat naar de Stichting Handicart. Andere clubs zetten het boekje in een app. Golfbaan De Hooge Rotterdamsche verwijst naar de gratis GLFR-app, met holeoverzichten, een digitale scorekaart, afstanden tot het midden van de green vanaf je GPS-positie en de pinposities, volgens de club vooral handig bij blinde slagen naar de green. Vraag van elke app of hij de vlag van vandaag kent, of alleen het midden van de green.
Dan het landschap, want dat bepaalt wat je op de kaart zoekt. Een polderbaan ligt in vlak land en heeft veel water, al was het maar om overtollig regenwater af te voeren; The Dutch, Houtrak en Broekpolder stonden in de top tien van polderbanen van GOLF.NL. Daar is de kaart vooral een waterkaart: zoek op elke hole waar de sloot of vijver begint en eindigt ten opzichte van je carry. Hoogteverschil speelt nauwelijks mee, wind des te meer.
Op een duinbaan zie je vaak niet waar je bal landt. Het grootste deel van de Noordwijkse ligt tussen hoge duinen, en op de tweede hole, een par 5, gaat je tweede slag blind over een duinrug. Op de Kennemer in Zandvoort, een duinbaan met linksinvloeden, vraagt een hole van 139 meter vanaf wit volgens Golfers Magazine door de heersende wind bijna altijd een club meer. Op zo’n baan vertelt het boekje wat je vanaf de tee niet ziet: waar de fairway achter het duin verdergaat en hoeveel ruimte er ligt. Kies op de kaart een mikpunt voordat je gaat staan, en tel wind en hoogte zelf op.
Een routine van dertig seconden op elke tee
- Controleer vanaf welke tee je speelt en of de getallen tot het midden of de voorkant van de green gaan.
- Zoek je echte carry op de kaart en kijk wat daar ligt en hoe breed de hole is.
- Vind out of bounds, sloten en andere penaltygebieden, en kies de kant die je opzoekt.
- Kies je ideale approachafstand en de afslagclub die hem overlaat.
- Kijk naar de korte kant van de green voordat je er bent.
Vijf vragen, dertig seconden, achttien holes. Lees voor de volgende stap vijf slagen winnen zonder je swing te veranderen, en kies je een apparaat voor de getallen, dan helpt laser of gps: welke verlaagt je score. Voor de juiste tees om vanaf te plannen lees je vanaf welke tees je eigenlijk zou moeten spelen. Panxis Golf heeft geen commerciële relatie met de golfbanen en apps die in dit artikel worden genoemd.



