Naar de inhoud
Beginnen

De drieëntwintig golfwoorden voor beginners

Ongeveer dertig woorden zijn genoeg om te spelen, een gesprek te volgen en een kaart te lezen. Welke een reglementaire betekenis hebben en welke je kunt negeren.

La rédaction Panxis Golf, Nederland-desk (Daan van der Berg) · · 7 min
Rode vlag op een green
Photo Rushay Booysen / Pexels

Kort

  • Par, birdie, bogey, bruto, netto: de scorewoorden.
  • Baanpermissie en handicap 54 vervangen het oude GVB.
  • De slagenindex bepaalt waar je je handicapslagen krijgt.
  • Launchmonitorjargon kun je in het begin gerust negeren.

Golf heeft meer jargon dan welke sport ook waarbij je stilstaat, en het meeste ervan is optioneel. Een beginner heeft zo’n dertig woorden nodig om te spelen, een gesprek te volgen en een scorekaart te lezen.

Het loont bovendien om te weten welke woorden een reglementaire betekenis hebben en welke alleen jargon zijn. De eerste groep bepaalt of je een situatie goed oplost; de tweede groep bepaalt alleen of je erbij hoort, en dat komt vanzelf.

De woorden voor de score

Par is de score die een goede speler op een hole verwacht wordt te maken, en hij staat op de scorekaart per hole. Een birdie is één onder par, een eagle twee onder, een bogey één boven en een dubbele bogey twee boven.

Bruto is je werkelijke aantal slagen; netto is je score nadat je handicapslagen zijn verrekend. In stableford tel je punten in plaats van slagen, en 36 punten staat gelijk aan het spelen van je handicap.

De delen van de baan

De tee is waar je begint, de fairway is de gemaaide baan ernaartoe, de rough is het langere gras ernaast, en de green is het puttoppervlak. Een bunker is een met zand gevulde kuil met eigen regels.

Een hindernisgebied, gemarkeerd met rode of gele palen, is water of terrein waarvan je tegen één strafslag ontheffing mag nemen. Buiten de baan is gemarkeerd met witte palen en betekent slag en afstand, tenzij de club een plaatselijke regel voert.

Twee woorden die je op Nederlandse banen vaak hoort: de fringe of voorgreen, het kort gemaaide randje rond de green, en tijdelijk water, dat een vrije drop oplevert en van oktober tot april op vrijwel elke baan een rol speelt.

De slagen

De drive is de afslag op een lange hole; het inspel of de approach is de slag die de green moet bereiken. Een chip rolt vooral, een pitch vliegt hoger en rolt minder, en een putt speel je op de green.

Een slice draait naar rechts voor een rechtshandige speler, een hook naar links; de mildere varianten heten fade en draw en zijn bedoeld in plaats van ongewenst. Een bump-and-run is een lage bal die je bewust over de grond speelt, en met wind is dat de slag die je hier het meest gebruikt.

De woorden die over jou gaan

Je handicap laat je aangetoonde niveau zien. Je playing handicap of speelhandicap is wat dat wordt op een bepaalde baan vanaf bepaalde tees, berekend met de course rating en de slope rating die op de kaart staan.

De baanpermissie geeft je toegang tot de grote baan en handicap 54 is het startpunt van het handicapsysteem. Het woord GVB kom je nog tegen in oudere teksten en het bestaat niet meer: baanpermissie en handicap 54 hebben die rol overgenomen.

De woorden op de eerste tee

De eer is het recht om als eerste te slaan en gaat naar wie de vorige hole won. Wie het verst van de hole ligt, speelt daarna, al wordt in gezelligheidsrondes ready golf aangeraden: wie klaar is, slaat.

Fore roep je als een bal richting mensen gaat, en het is het enige woord dat je echt moet kennen. Een provisionele bal is een tweede bal die je speelt als de eerste verloren of buiten de baan kan zijn, en je moet het woord hardop aankondigen.

De spelvormen die je zult horen

Stableford en strokeplay vullen de weekkalender, scramble is de bedrijfsdagvorm, en foursome en matchplay bepalen de NGF-competitie. Met die vier lees je elke wedstrijdkalender in Nederland.

Daarnaast kom je fourball tegen, waarin ieder zijn eigen bal speelt en het beste resultaat telt, en greensome, waarin twee partners allebei afslaan, de beste afslag kiezen en daarna om en om spelen.

De woorden van de baan zelf

Beluchten en bezanden zijn onderhoudswerkzaamheden die twee tot drie weken hobbelige greens opleveren en daarna een gezond jaar. Wintergreens zijn tijdelijke greens die van november tot maart worden gebruikt om de echte te sparen.

Plaatsen, ook winterregels genoemd, is een plaatselijke regel die je toestaat de bal in het algemene gebied op te nemen, schoon te maken en terug te leggen binnen een scorekaartlengte. Hij geldt alleen als de commissie hem die dag heeft ingesteld, en dat staat op het bord bij hole 1.

Het jargon dat je kunt negeren

Bounce, spin loft, smash factor, attack angle en de rest van het launchmonitorvocabulaire gaan clubmakers en fitters aan, en verder niemand in het begin. Ze worden pas relevant als je een fitting doet, en dan legt de fitter ze uit.

Hetzelfde geldt voor de statistische termen uit de televisie-uitzendingen. Ze beschrijven het spel van tourspelers en zijn voor een clubgolfer interessant om te horen en niet nodig om te gebruiken.

De uitdrukkingen die je op de baan hoort

Een handvol woorden hoor je vooral als grap of gewoonte. Een gimme is een korte putt die je in een gezelligheidsronde krijgt en die in een wedstrijd niet bestaat. Een mulligan is een tweede poging die in geen enkele vorm van echt golf voorkomt.

Een sandbagger is iemand met een handicap die te hoog is voor zijn spel, en dat is de enige van deze woorden waar men het serieus over heeft. En negentien holes is het clubhuis, wat je in Nederland net zo vaak hoort als op de baan zelf.

Nederlands, Engels, en het mengsel

Het Nederlandse golfjargon leunt zwaar op het Engels: green, fairway, bunker en putt worden gewoon zo gebruikt, terwijl bijvoorbeeld het Frans en het Québecse Frans eigen woorden hebben ontwikkeld.

Wat wel Nederlands is: baanpermissie, speelhandicap, hindernisgebied, voorgreen, wintergreens en de eer. Die woorden staan ook zo in de regels en op de borden, en het zijn precies de woorden die je nodig hebt als er iets te beslissen valt.

Waar je het in Nederland nakijkt

De NGF publiceert de Nederlandse versie van de golfregels en een gratis regelapp met een sectie definities; die app werkt zonder netwerk en is achterin de baan het enige dat telt. Voor alles wat een reglementaire betekenis heeft, is dat de bron die telt.

Voor de handicaptermen leggen de pagina’s van de NGF over het wereldhandicapsysteem uit hoe course rating, slope rating en speelhandicap samenhangen, met voorbeelden. Dat is tien minuten lezen en het voorkomt de meest voorkomende verwarring op de eerste tee van een wedstrijd.

De minst formele bron is de beste: vraag het aan iemand in je flight. Alle golfers op een baan hebben deze woorden van iemand anders geleerd, en niemand kijkt ervan op dat je ernaar vraagt. Panxis Golf heeft geen commerciële band met de genoemde organisaties.

De woorden die je op een scorekaart tegenkomt

Op elke Nederlandse scorekaart staan vier dingen die je moet kunnen lezen. De lengte per hole en per set tees, de par per hole, de course rating en slope rating per set, en de slagenindex.

Die laatste is de minst bekende en de nuttigste: de slagenindex nummert de holes van 1 tot 18 in volgorde van moeilijkheid, en hij bepaalt op welke holes je je handicapslagen krijgt. In matchplay beslist dat regelmatig de wedstrijd, en verrassend veel spelers hebben er nooit naar gekeken.

De lijst om eerst te leren

  • Score: par, birdie, bogey, bruto, netto, stableford.
  • Baan: tee, fairway, rough, green, fringe, bunker, hindernisgebied, buiten de baan.
  • Slagen: drive, inspel, chip, pitch, putt, slice, hook, bump-and-run.
  • Spel: eer, fore, provisionele bal, ready golf.
  • Jij: handicap, speelhandicap, baanpermissie, handicap 54.

Dat zijn er ongeveer dertig, en de rest pik je in je eerste seizoen vanzelf op, meestal terwijl iemand je uitlegt waarom hij zijn bal daar heeft neergelegd.

Waar je dit op de baan merkt

Drie korte banen of negenholesbanen uit onze gids, open voor iedereen.

  • De Strijensche Golfclub: Sinds 1973 in de Hoeksche Waard: negen echte holes met par 35 en een par-3-baan van zes ernaast, samen vijftien, tussen oude bomen en water.
  • Domburgsche Golf Club: Op 5 juli 1914 geopend naar ontwerp van Charles Warren: de oudste duinbaan van Nederland, negen holes par 35, met bomkraters uit de oorlog in het terrein.
  • Amsterdamse Golf Club: In 1934 opgericht als achtste golfclub van Nederland, nu bij Halfweg: een par 72 in de open polder, twee lussen die tegen elkaar in draaien, en wind als hoofdrol.

Wij hebben deze banen niet gespeeld; elke pagina zegt waarop zij zich baseert.

Is één artikel per dag niet genoeg?

De maandbrief bundelt wat de moeite waard was, zonder ruis.

Ook lezen