De bunkerslag die echt werkt
Open het blad voor je gript, ga vijf centimeter achter de bal het zand in en blijf versnellen. Plus fairwaybunkers en nat zand.
De bunkerslag is de enige slag in golf waarbij de bal niet geraakt moet worden. Precies daar loopt het bij de meeste amateurs mis — en op drie details die een half uur oefenen rechtzet.
Open het blad voordat je de grip pakt
De volgorde is bepalend: eerst het blad openen, dan pas grippen. Wie normaal gript en daarna draait, sluit het blad tijdens de swing weer. Het open blad laat de zool van de wedge glijden in plaats van graven.
Vijf centimeter erachter, en doorgaan
De stok gaat ongeveer vijf centimeter achter de bal het zand in en duwt een laag zand naar buiten die de bal meeneemt. Doorzwaaien is essentieel: wie afremt, laat de bal liggen. Versnellen tot in de finish, elke keer.
De opstelling
Voeten licht ingegraven voor stabiliteit, gewicht naar voren, bal iets voor het midden. En vooral: het lichaam volgt de voetlijn, het blad wijst naar de vlag. Eén van de twee vergeten is de meest gemaakte fout.
De oefening die het aanleert
Trek een lijn in het zand, zonder bal. Tien swings zo dat het zand precies vanaf de lijn wegvliegt. Pas als tien op rij lukken, komt er een bal vijf centimeter ervoor. Deze oefening verslaat elke video-analyse.
Nat, zwaar zand
Na regen — en dat is hier het halve jaar — is het zand vast. Dan dichter bij de bal staan en met minder loft werken, anders stuitert de zool van de harde onderlaag af en raakt de stok de bal halverwege. Dezelfde bunker in augustus, droog en los, vraagt het omgekeerde. Een proefswing buiten de bunker laat zien hoe diep het gaat.
Fairwaybunkers: precies andersom
Hier wordt de bal eerst geraakt. Eén stok meer, bal iets naar achteren, voeten nauwelijks ingegraven, rustige benen, schoon contact. De green aanvallen vanuit een fairwaybunker in plaats van de fairway terugwinnen kost over een seizoen veel slagen.
Ingegraven ligging
Ligt de bal half begraven, dan sluit je het blad in plaats van het te openen, sla je steil naar beneden en laat je de finish achterwege. De bal komt laag naar buiten en rolt ver door: dat is normaal en moet worden ingecalculeerd.
Waar je oefent
Niet elke driving range heeft een oefenbunker. Openbare banen en de grotere golfcentra hebben meestal een shortgame-gebied en verkopen dagkaarten zonder ronde; clubbanen houden hun oefenbunker vaak voor leden. Lukt dat niet, oefen dan de beweging zonder bal op het gras: het zandcontact ontbreekt, het versnellen niet.



