Een putter kiezen: lengte, lie en balans
Lengte, liehoek en balans bepalen of een putter helpt, en richten bepaalt de vorm. Alle vier zijn goedkoop te controleren en tellen zwaarder dan het merk.
Kort
- De meeste putters uit het schap zijn te lang.
- Teen omhoog richt links, hiel omhoog richt rechts.
- Boogbeweging vraagt een teengewogen kop, geen face balanced mallet.
- Een aangepaste putter die je al hebt verslaat een nieuwe die niet past.
De putter gebruik je bij bijna 40 procent van je slagen en het is de stok die het vaakst op uiterlijk wordt gekocht. Drie maten bepalen of hij je helpt: lengte, liehoek en balans van de kop. Geen ervan is duur om te controleren, en alle drie tellen zwaarder dan het merk op de zool.
Eén beperking vooraf, die veel geld bespaart: een putterfitting lost problemen met de startlijn op, en dus putts binnen ongeveer drie meter. Over de lengte van een putt van twaalf meter beslist niets aan de stok, maar alleen de beweging. Wie vanwege drie keer drie putts per ronde een nieuwe putter overweegt, lost daarom vaak het verkeerde probleem op.
Lengte: de meeste putters zijn te lang
De standaard van 86 of 89 centimeter hoort bij een rechtere houding dan de meeste golfers aannemen. Een te lange schacht duwt je handen van je lichaam weg, legt je ogen binnen de bal en richt het blad verder links dan je denkt. Je compenseert, en die compensatie neem je mee de baan op.
Ga staan zoals je gewend bent en laat de afstand van je handen tot de grond opmeten. Legt een kortere putter je ogen boven of net binnen de bal met hangende armen, dan is dat jouw lengte.
De test kost niets: neem je adresstand aan, laat vanaf je oog een tweede bal vallen en kijk waar hij neerkomt. Recht op de eerste bal of enkele centimeters daarbinnen is goed; ver binnen betekent dat de putter te lang is, ver buiten dat je te ver over de bal hangt.
Inkorten is goedkoop en in elke werkplaats in minuten gebeurd. Houd er alleen rekening mee dat een ingekorte putter lichter aanvoelt in de kop; een zwaardere grip of extra gewicht in de kop compenseert dat, en de meeste pro’s hebben beide op voorraad.
Liehoek: de zool vertelt de waarheid
Staat de teen omhoog, dan richt het blad links bij impact. Staat de hiel omhoog, dan richt het rechts. In beide gevallen vertrekt de bal buiten de lijn nog voordat de beweging is begonnen, en geen enkele training corrigeert een statische richtfout blijvend.
Thuis te controleren: ga op een harde, vlakke vloer in je normale adresstand staan en laat iemand van voren een foto maken. Ligt de zool niet vlak, dan klopt de lie niet. Bij de meeste putters met stalen schacht is dat in enkele minuten aan te passen.
Lengte en lie hangen samen: een te lange putter dwingt je rechterop te staan en tilt de teen op. Wie de lengte laat aanpassen, moet de lie daarna opnieuw laten controleren, en een goede fitter doet dat vanzelf in die volgorde.
Balans: kop en beweging op elkaar afstemmen
Balanceer de schacht op een vinger. Wijst het blad naar de hemel, dan is de putter face balanced en past hij bij een rechte beweging. Hangt de teen naar beneden, dan is hij teengewogen en past hij bij een boogvormige beweging.
Welke beweging je hebt, zie je in dertig seconden: leg twee stokken als een smalle poort op de oefengreen en put erdoorheen. Raakt de kop in de achterwaartse beweging de binnenste stok, dan heb je een boog; blijft hij midden in de poort, dan is je beweging recht.
De vololgorde is belangrijk: de stok past zich aan de beweging aan, niet andersom. Wie twintig jaar met een boog put, moet geen face balanced putter kopen en vervolgens de boog gaan afleren.
De vorm gaat over richten
Blade of mallet zegt minder over vergevingsgezindheid dan over wat jij kunt richten. Sommigen richten een eenvoudige blade perfect en krijgen een grote mallet nooit recht, en andersom komt net zo vaak voor.
Dit is het meest onderschatte deel van het onderwerp. Onderzoek en de ervaring van elke fitter wijzen dezelfde kant op: een aanzienlijk deel van de amateurs richt met de eigen putter systematisch naast, meestal links, en corrigeert dat onbewust in de beweging. Wie die fout weghaalt, holt korte putts zonder iets geleerd te hebben.
Grip en gewicht, de twee bijstellingen
Dikke puttergrips zijn al jaren gangbaar en doen precies één ding: ze verminderen de activiteit van de handen. Wie korte putts trekt of onder druk een korte, gehaaste beweging maakt, heeft daar vaak meer aan dan aan een nieuwe kop. Wie juist een fijn gevoel voor lengte heeft, verliest daar met een heel dikke grip iets van.
Voor het kopgewicht geldt een ruwe regel: zwaardere koppen passen bij trage greens en bij spelers die de bal laten glijden, lichtere koppen bij snelle greens. Op Nederlandse greens in het voorjaar, wanneer ze traag zijn, is een iets zwaardere kop aangenamer, en veel moderne putters laten toe de zoolgewichten te wisselen.
Wat een fitting niet oplost
De lengte van een lange putt, zoals gezegd. En een beweging die onder druk instort: de putt van een meter op de achttiende green wordt korter en gehaaster omdat de handen het overnemen, en daar helpt alleen een oefenroutine met consequentie tegen, bijvoorbeeld tien putts van een meter op rij en bij elke misser opnieuw beginnen.
Ook de snelheid van de green lost hij niet op. Nederlandse greens zijn in april na de winter traag en in augustus twee keer zo snel, en dezelfde beweging levert dan totaal verschillende lengtes op. Tien minuten oefengreen voor elke ronde is daarop het antwoord, niet een nieuwe stok.
Waar je koopt en laat aanpassen in Nederland
Grotere Nederlandse golfwinkels hebben een puttinggedeelte en passen lengte en lie ter plaatse aan; sommige verkopen zowel online als in de winkel en hebben een tweedehandsafdeling. Een nieuwe merkputter kost al snel een paar honderd euro, terwijl het aanpassen van lengte of lie een fractie daarvan is.
De pro shop van je eigen club is voor een aanpassing meestal de snelste weg, en veel clubs hebben testputters achter de balie waarmee je een vorm een ronde lang mag proberen. Dat is aanzienlijk beter dan het tapijt in de winkel, dat vrijwel altijd sneller loopt dan de greens die je in april speelt.
Kijk voordat je online bestelt of de verkoper lengte en lie kan aanpassen of je doorverwijst naar een clubmaker. Een putter van enkele honderden euro’s die niet is aangepast, doet minder voor je score dan een aangepaste putter die je al hebt. Panxis Golf heeft geen commerciële band met deze verkopers en ontvangt geen commissie.
Tweedehands kopen, als je koopt
De putter is de stok waarbij de tweedehandsmarkt het minste risico kent. Er is geen slagvlak dat vermoeit, geen schacht die verandert en geen technologie die na drie jaar achterhaald is; een putter van tien jaar oud in goede staat is onverminderd bruikbaar.
Controleer twee dingen: de staat van de insert in het slagvlak, want een beschadigde of uitgeharde insert verandert het rolgedrag, en de lengte, omdat veel gebruikte putters al zijn ingekort terwijl de advertentie de catalogusmaat herhaalt.
Voordat je geld uitgeeft
- Controleer de lie van de putter die je al hebt, op een harde vloer.
- Doe de valtest voor je oogpositie en de poortoefening voor je beweging.
- Laat je richting meten voordat je gaat winkelen.
- Test op een echte green, niet op het tapijt in de winkel.
- Tel eerst je drie putts: zijn het er veel, dan is de lengte het onderwerp en niet de stok.
Een aangepaste putter die je al bezit verslaat een nieuwe die niet past.
Waar je dit op de baan merkt
Drie banen uit onze gids waar de green beslist.
- Golfbaan Bentwoud: Vergunning in 2009, eerste holes in 2011: een baan van Gerard Jol in het jonge Bentwoud, met harde fairways, snelle greens en een clubgebouw van cortenstaal.
- Golfclub Anderstein: In 1986 opgericht in Maarsbergen: drie lussen op de grens van Gelderse Vallei en Utrechtse Heuvelrug, ruim 6.200 meter, en greens die spelers steevast snel noemen.
- Hilversumsche Golf Club: In 1910 aangelegd op het zand van het Gooi en in 1927 door Harry Colt uitgebreid: de bekendste heidebaan van Nederland, par 72, met kleine snelle greens.
Wij hebben deze banen niet gespeeld; elke pagina zegt waarop zij zich baseert.






