Chippen: de drie slagen die alles dekken
Een lage roller, een gewone pitch en een hoog zacht slag. In de wind is laag houden het sterkste argument.
De meeste golfers kennen tien manieren om te chippen en beheersen er geen. Drie zijn genoeg: de lage roller, de gewone pitch en het hoge zachte slag voor als er echt geen ruimte is. Je kiest op basis van de grond, niet op basis van de loft van je wedge.
Twee vragen voordat je een club pakt
Hoeveel green ligt er tussen jou en de vlag, en waar ligt de bal op? Veel green en een schone lie betekent rollen. Bijna geen green, of een bunker ertussen, betekent vliegen. De club volgt uit die twee antwoorden en niet uit gewoonte.
Op een duinbaan met harde grond loopt de bal veel verder door dan op een polderbaan die het water vasthoudt. Zelfde slag, andere club, en dat zie je alleen door te kijken.
De lage roller, je standaardslag
Een ijzer 8 of 9, bal iets achter het midden, gewicht op de voorste voet en een beweging ter lengte van een putt met de handen licht voor. De bal komt laag naar buiten, landt een meter of twee op de green en rolt naar de hole. De clubkop hoeft nooit onder de bal door, en daarom vergeeft dit slag het meest.
De gewone pitch, rond twintig meter
Pitching wedge of 52 graden, bal in het midden, armen en lichaam draaien samen. De bal draagt de helft en rolt de rest. De klassieke fout is afremmen: kies een landingspunt, maak een beweging die daar komt en laat de loft het werk doen.
Het hoge zachte slag, als er niets is
Vlag vlak bij de rand, bunker ervoor, green die wegloopt: open het blad van een wedge van 56 of 60 graden, sta iets breder en zwaai langs je lichaamslijn met het blad open door de bal. Het is het minst vergevende slag in de tas en het slag dat het vaakst ongeoefend geprobeerd wordt.
De gewoonte van het landingspunt
Amateurs mikken op de vlag. Betere spelers mikken op een plek ter grootte van een bord, kijken ernaar tijdens de proefswing en raken hem dan. Je lengtecontrole verbetert zonder enige technische verandering.
Wind hoort bij het korte spel
In Nederland waait het bijna altijd, en een bal die drie seconden in de lucht hangt is overgeleverd aan die wind. Dat is het sterkste argument voor de lage roller: hij blijft laag, hij rolt, en de wind krijgt er geen grip op.
Wat je deze week oefent
- Drie ballen vanaf dezelfde plek met drie verschillende clubs. Kijk hoe de rol verandert.
- Twintig lage rollers met een ijzer 8 voordat de lobwedge tevoorschijn komt.
- Noem je landingspunt hardop voor elke chip, een hele ronde lang.
Twee van deze drie slagen vragen geen nieuwe techniek, alleen het besluit om minder loft te nemen dan je gevoel ingeeft.



