Naar de inhoud
Techniek

Beter worden zonder les: vijf rondes tellen, oefenkaarten in GOLF.NL en par 3-banen

Sommige golfers worden jaren beter zonder pro, anderen slaan duizend ballen per zomer en blijven op dezelfde score hangen. Het verschil zit niet in hoeveel je oefent, maar in waar je op mikt.

La rédaction Panxis Golf, Nederland-desk (Daan van der Berg) · · 8 min
Golfster oefent alleen op een oefenveld, met een stapel ballen naast zich, en maakt zich klaar voor een chip
Photo Kampus Production / Pexels

Kort

  • Houd vijf rondes lang vier getallen bij: afslag in het spel, green in regulation, slagen binnen 45 meter en putts, plus elke strafslag.
  • Volgens Mark Broadie komt 68 procent van het verschil tussen een 90- en een 80-speler uit afslagen en slagen naar de green, 32 procent van binnen ongeveer 90 meter.
  • In de app GOLF.NL voer je een oefenkaart in zonder marker, en volgens de NGF kun je sinds 2016 op de meeste par 3-banen qualifying spelen.
  • Werk minstens drie weken aan één opgeschreven verandering en boek een les als dezelfde fout na een maand eerlijk werk blijft terugkomen.

Er zijn golfers die zonder ooit een les te nemen elk seizoen een paar slagen van hun handicap afhalen, en golfers die drie keer per week op de drivingrange staan en in oktober nog precies zo spelen als in april. Het verschil zit zelden in talent. Het zit in drie dingen: oefen je wat je slagen kost, krijg je eerlijke feedback, en houd je een verandering lang genoeg vol om te zien of ze werkt?

Dat is geen pleidooi tegen de golfprofessional. Een goede pro kan je maanden zoeken besparen, en in ons stuk over golfles nemen lees je hoe je het meeste uit een les haalt. Maar lessen kosten geld, je agenda werkt niet altijd mee, en het echte werk gebeurt toch in de weken tussen twee lessen. Zo maak je die weken nuttig.

Eerst tellen, dan trainen

Wie zelf oefent, oefent meestal wat leuk is. Meestal: driver na driver. Voordat je iets verandert, wil je weten waar je slagen echt verdwijnen, en daarvoor heb je geen launch monitor nodig. Een scorekaart en een potlood zijn genoeg, of de notitie-app op je telefoon.

Houd vijf rondes lang per hole vier dingen bij. Lag je afslag in het spel? Stond je bal in regulation op de green? Hoeveel chips en pitches speelde je binnen ongeveer 45 meter van de vlag? Hoeveel putts had je nodig? Zet er een streepje bij voor elke strafslag. Wie 37 putts en drie strafslagen per ronde noteert, heeft een ander probleem dan wie maar twee greens haalt. Hoe je die getallen leest, staat uitgebreider in vijf getallen die laten zien waar je slagen blijven.

Er is ook een grotere lijn. Mark Broadie, hoogleraar aan Columbia Business School en de man achter de strokes gained-statistiek van de PGA Tour, vergeleek in zijn boek Every Shot Counts uit 2014 golfers die rond de 90 slaan met golfers die rond de 80 slaan. Ongeveer 40 procent van het verschil kwam uit de slagen naar de green en 28 procent uit de afslagen. Het spel binnen 100 yards, ongeveer 90 meter, was goed voor 17 procent, en putten voor 15 procent. Maar dat zijn gemiddelden. Jouw vijf rondes vertellen waar jij begint, en bij veel golfers met een hogere handicap liggen de snelste winsten nog altijd bij de strafslagen en de drie putts.

Feedback die niet liegt

Wat een pro je vooral geeft, is geen tip. Het is een blik van buiten: wat je echt doet, tegenover wat je denkt te doen. Een flink deel daarvan kun je zelf organiseren.

Je telefoon als spiegel. Zet hem op een klein statief op heuphoogte en film vanuit twee posities: recht van voren, met de camera op je borst gericht, en van achteren langs de speellijn, achter je handen en richting het doel. Kies elke keer dezelfde plek. Let op een paar grote dingen: je houding bij de address en in het trefmoment, waar de club bovenin naar wijst, en of je hoofd en heupen opzij schuiven. Film eerst je swing zoals hij nu is, zodat je een nulmeting hebt.

De bal vertelt het. De richting waarin de bal vertrekt, volgt vooral de stand van het clubblad in het trefmoment. De curve ontstaat vooral uit het verschil tussen de stand van het blad en de baan van de club. Vertrekt hij rechts en slicet hij nog verder weg, dan staat het blad open ten opzichte van de baan. Met die ene regel prik je door een groot deel van de tegenstrijdige adviezen over slice en hook.

Waar raak je de bal? Impacttape of een laagje voetpoederspray op het clubblad laat precies zien waar de bal het blad raakte. Treffers op de hak of de neus kosten meer afstand dan de meeste swingfouten, en zo zie je ze meteen.

Heb je toegang tot een launch monitor, dan krijg je er getallen bij. Handig, maar geen voorwaarde.

Eén verandering, drie weken geduld

Hier gaat het bij de meeste zelflerende golfers mis. Op maandag zien ze een filmpje, op dinsdag proberen ze het uit, na drie slechte ballen stappen ze op donderdag over op een ander filmpje.

Kies een verandering die past bij wat je telling liet zien. Schrijf haar op in één zin, bijvoorbeeld “linkerhand een fractie verder over de grip” of “eindigen met het gewicht op de voorste voet”. Werk er minstens drie weken aan voordat je oordeelt. Reken erop dat het eerst slechter gaat: een nieuwe beweging voelt vreemd en levert rare ballen op voordat ze betere oplevert. Beoordeel de verandering eerst op je video en je treffers, en pas als laatste op je score.

Oefen zoals je speelt

Een emmer ballen met dezelfde club naar hetzelfde vlaggetje voelt goed en leert je vaak weinig. Dat heet geblokt oefenen, en het is nuttig zolang je een nieuwe beweging aanleert. Maar de baan geeft je nooit twee keer dezelfde slag, en onderzoek naar motorisch leren laat al sinds de jaren zeventig zien dat gevarieerd oefenen op het moment zelf lastiger voelt en later beter blijft hangen.

Zodra een verandering gewoon begint te voelen, gooi je het door elkaar. Wissel bij elke bal van club en van doel. Doorloop voor elke bal je volledige routine. Speel een denkbeeldige hole op de range: driver, dan de club die je na die afslag zou overhouden, dan een wedge. In ons stuk over een rangesessie die telt staat een compleet schema op dat idee gebouwd.

Geef jezelf een score waar het kan. Tien ballen, een punt voor elke bal die in een doelgebied eindigt. Volgende week probeer je dat te verbeteren. Een getal vertelt je eerlijk of de verandering aanslaat.

Het korte spel: sneller terugverdiend dan iets anders

Alles binnen 45 meter en het putten verbeter je het makkelijkst zonder hulp. Er komt geen kracht aan te pas, en een deel ervan kan zelfs in de woonkamer.

  • De cirkel. Leg zes ballen in een kring rond de hole, op een meter afstand. Maak ze alle zes achter elkaar, en schuif dan op naar 1,20 meter.
  • De ladder. Putt vanaf 9, 12 en 15 meter en probeer de bal binnen een putterlengte achter de hole te laten stoppen. Het is de snelste remedie tegen drie putts, en in ons stuk over lange putts gaan we er dieper op in.
  • Op en in. Gooi een bal op een willekeurige plek rond de green, chip en putt uit. Tel hoeveel van de tien je in twee slagen binnen krijgt en schrijf het op.
  • Drie lengtes per wedge. Leer hoe ver elke wedge gaat met een korte, halve en volle backswing. Zo heb je negen of twaalf afstanden waar je op kunt bouwen. Hoe je ze vindt, staat in wedgelengtes.

Speel meer holes, en speel ze met een plan

Op de range leer je swingen. Op de baan leer je golfen. Een rustige negen holes aan het eind van de middag, alleen of met één maat, is een van de beste trainingen die er bestaan.

Probeer een paar spelvormen. Speel twee ballen en neem steeds de slechtste, zodat je leert hoe je gewone slag eruitziet. Speel negen holes met vier clubs en ontdek wat een ijzer 7 allemaal kan. Veel slagen gaan verloren aan beslissingen, niet aan swings, en baanstrategie is de enige vaardigheid die je verbetert zonder je swing aan te raken.

Wanneer je wel naar de pro gaat

Alleen oefenen heeft grenzen. Boek een les als dezelfde fout na een maand eerlijk werk blijft terugkomen, als iets pijn doet, als je op je beelden niet kunt zien wat er misgaat, of als je net begint, want een goede basis bespaart je jaren repareren. Een enkele les over het probleem dat je telling blootlegde, met een duidelijke oefening om mee naar huis te nemen, past perfect in deze aanpak.

Waar je in Nederland zelf vooruitkomt: oefenkaarten, par 3-banen en de juiste tee

Je telling hoeft niet op papier te blijven. In de app GOLF.NL kun je naast qualifying kaarten ook oefenkaarten invoeren: je schuift de knop “Qualifying” naar links en hebt dan geen marker nodig. Onder “Mijn spel” vind je daarna een overzicht van je rondes en de statistieken van je spel, zodat je over een reeks rondes ziet of het de goede kant op gaat. Houd de vier getallen van hierboven er gewoon naast bij in een notitie: samen met je scores in de app heb je dan het complete beeld van je vijf rondes.

Voor de oefenrondes met een plan is Nederland goed bedeeld met korte banen. Volgens de NGF kun je sinds 2016 op de meeste Nederlandse par 3-banen qualifying spelen, en op de par 3/4-banen ook. Zo’n baan is ideaal voor de spelvormen hierboven: je speelt vooral de slagen naar de green die in Broadies cijfers het zwaarst wegen, en je haalt je rondje nog voor het donker. Wat je daar kunt verwachten, lees je in ons stuk over 9 holes en par 3-banen.

Speel je een gewone baan, kies dan de tee die bij je afstand past. Met de campagne Kies je tee koppelt de NGF de teekleur aan hoe ver je slaat: tot 125 meter oranje, van 125 tot 160 meter rood, van 160 tot 190 meter blauw, van 190 tot 225 meter geel en verder wit. De app GOLF.NL geeft je voor de ronde een advies op basis van je handicap. Van de juiste tee sla je vaker een ijzer 7 naar de green in plaats van een hout 3. De afweging staat in van welke tee speel je.

Eind september worden de dagen merkbaar korter en de banen rustiger, en een laat rondje van negen holes is dan vaak makkelijker te boeken dan in juli. De herfst is geen reden om te stoppen, eerder het moment om de verandering vast te zetten voordat de winter komt.

Je plan voor de komende zes weken

  • Week 1 en 2: speel vijf rondes met de vier getallen, voer ze in als oefenkaart en film je swing een keer van voren en een keer van achteren.
  • Week 3: kies het onderdeel dat je de meeste slagen kost en schrijf één verandering op.
  • Week 3 tot 6: twee korte sessies per week, de helft aan de verandering en de helft aan het korte spel, en sluit elke sessie af met een spelletje met score.
  • Elke week: een rustige negen holes met een doel, bij voorkeur op een par 3-baan of van een tee naar voren.
  • Einde week 6: film opnieuw, vergelijk en bekijk je getallen. Houd de verandering, stel haar bij of boek een les.

Zes weken met één doel, eerlijke feedback en een getal om te verbeteren doen meer dan een seizoen vol goede voornemens. Tel, film, kies, en houd vol tot de eerste herfststorm.

Is één artikel per dag niet genoeg?

De maandbrief bundelt wat de moeite waard was, zonder ruis.

Ook lezen

Parcours de notre annuaire

Golfbaan Leeuwenbergh

Een Gerard Jol uit 1988 tussen de A4 en de Vliet: een par 71 waarvan de heenweg 484 meter langer is dan de terugweg,…

Leeuwarder Golfclub De Groene Ster

Een Gerard Jol in het natuurgebied De Groene Ster bij Leeuwarden: par 72 over 6.188 meter met een slope van 142, wat voor Nederlandse…

Aruba Golf Club

De oudste golfclub van Aruba, begin 1941 opgericht bij de raffinaderij van Sint Nicolaas, met greens van zand en olie. Of er nog gespeeld…